TEKST JOOST GALEMA Op haar koffiemok staan noten uit het slotdeel van Bachs Tweede sonate voor viool solo. Lucy van Dael kreeg de be­ ker jaren geleden in het Smithsonian Museum in Washington. ‘Er zit wel een fout in het opschrift.’ Ze draait de beker een kwartslag. ‘Kijk, ze hebben boven de noten Siciliano gezet, maar dat moet Allegro zijn.’ Onder meer in het Leonhardt Consort ontdekte Van Dael de barokviolen van het Smithsonian. In musea en bibliothe­ ken zocht ze haar loopbaan lang naar verborgen schatten. Daar lagen de sleu­ tels tot het begrijpen van het muzikale verleden, van grote geesten als Johann Sebastian Bach. Ze herinnert zich veel opwindende speurtochten op plekken waar anderen nooit doordringen, zoals de kelders van het Metropolitan Muse­ um in New York. ‘De conservator daar vertrouwde me’, zegt Van Dael. ‘Op een dag liet hij me alleen met die meer dan honderd vio­ len. Keurig hingen ze daar in rijen. Vaak pakte ik een instrument en probeerde spelenderwijs de vraag wie de bouwer was te ontrafelen. Ook toen ging ik daar volledig in op. Hoeveel tijd ver­ streek, weet ik niet. Want ik bezat geen horloge en de kelders bleven verstoken van daglicht. Maar op een gegeven moment sloeg de honger toe. Ik klopte op de afgesloten deur. Niets. Op mijn roepen kwam ook geen antwoord. Ze bleken me te zijn vergeten. Ik zat opge­ sloten. Mobiele telefoons bestonden nog niet. Nuchter stelde ik vast dat er niet veel aan de toestand te doen was. Daarom ging ik gewoon door met het bespelen van al die violen. Wanneer er één niet opgetuigd bleek, bekeek ik hem alleen of probeerde de ene snaar die hij wel had. Van de hoes van een contrabas maakte ik een bed. Daar kon ik nog een paar uur op slapen, voordat de bewakers me de volgende ochtend vonden.’ Nicola Amati Een bezoek aan een ander museum gaf haar muzikale bestaan een nieuwe wen­ ding. Begin jaren zeventig ontmoette Van Dael - na een concert in het Italiaan­ se Padua - de directeur van het Museo del Violino in Cremona. ‘Ik vertelde hem over mijn hartstocht voor het uitproberen van verschillende violen. Hij bekende op zijn beurt dat hij elke dag rond zessen in de ochtend al naar zijn museum ging, om enkele uren te kunnen oefenen op zijn lievelingsin­ strumenten. “U heeft een mooie baan”, zei ik. “Nou”, antwoordde hij, “waarom komt u niet morgenvroeg naar de ach­ teringang van het museum. Dan kunt u ook met onze instrumenten kennisma­ ken.” En daar hingen ze: de violen van de beroemde Cremonese bouwers als Stradivari, Guarneri del Gesú, de familie Amati. Die dag bespeelde ik voor het eerst van mijn leven een Nicola Amati, de leermeester van Antonio Stradivari. Dit is mijn instrument, vertelde mijn ge­ voel me. Tegelijkertijd bekroop me de gedachte dat deze liefde onmogelijk was. Zulke violen waren immers niet te betalen.’ Maar Van Dael vergiste zich. Want het lot zou haar samenbrengen met Ni­ cola Amati. Het gebeurde tijdens een bezoek aan de Haagse vioolbouwer Willem Bouman. ‘Ik sprak met hem over mijn ervaringen in Cremona. “Als ik ooit een huwelijk sluit”, besloot ik, “dan is het met Nicola Amati.” In dat geval moest ik even met hem meekomen, zei Bouman. Hij opende de kluis. En daar hing een Amati. De viool was van een echtpaar, dat vergeefs hoopte dat een van de kinderen hem ter hand zou nemen.’ Beiden vonden het zonde dat de omstandigheden het instrument tot zwijgen veroordeelden. ‘Daarom stelde Bouman me voor aan de eigenaars. Ze wilden het instrument wel uitlenen. Want zij beseften ook dat deze viool bespeeld moest worden.’ Er deed zich alleen een probleem voor. Het instrument uit 1643 was in de loop der eeuwen ‘gemoderniseerd’ om de grote zalen aan te kunnen. ‘Ik was ervan overtuigd dat de viool beter zou kunnen klinken als hij werd terug­ gebracht in zijn originele staat. De eigenaars stemden toe. Nog altijd ben ik hen dankbaar voor hun vertrouwen in mijn oordeel. Willem bouwde de Amati om. En het instrument dat ik daarna te­ rugkreeg, had een schoonheid die mijn verwachtingen overtrof. Mijn God, wat voelde ik me gelukkig. Deze verbinte­ nis met Amati bleek het beste huwelijk dat ik in mijn leven gesloten heb.’ Cecilia Bernardini bespeelt sinds februari 2018 de Amati-viool, die Lucy van Dael aan het NMF in bruikleen heeft gegeven. Violiste Lucy van Dael behoort tot de pioniers in de oude muziek. Metgezel op haar reizen was een Amati-viool uit 1643. ‘Met hem sloot ik het beste huwelijk van mijn leven’, zegt ze. Maar hun wegen scheidden zich na bijna vier decennia, nu ze door een ongeluk niet meer kan spelen. 65 INTERVIEW BRUIKLEENGEEFSTER LUCY VAN DAEL FOTO LINELLE DEUNK