IK ZIE NOG STEEDS BASSISTEN, ZELFS PROFESSIONALS, DIE NIET BESEFFEN DAT OOK EEN STRIJKER MOET ADEMEN een manier die weerstand opriep, ook al had hij misschien gelijk. Dan stonden we als stieren tegenover elkaar.’ Peter: ‘Ik heb er ooit eens een psychia­ ter op aangesproken. Die zei: eigenlijk doe je het nooit goed. Op het moment dat je je zoon lesgeeft, kan het best zijn dat hij behoefte heeft aan zijn vader. En andersom.’ Rick: ‘Na een rotweek heb je inderdaad liever dat je vader je even vasthoudt.’ Stotijnergy Toen Peter in 2014 afzwaaide als do­ cent van het Amsterdamse conserva­ torium droegen zijn studenten, ook Rick, T-shirts met het woord energy. In de wandelgangen werden algauw grappen gemaakt over stotijnergy. De methode-Stotijn, zegt Rick, is vooral dat een bassist nooit lui achterover­ leunt. ‘Of het nu is in een orkest of een ensemble, in barokmuziek, pop of jazz: je bent het ritmische en harmonische fundament. Dan moet je niet gaan zitten foezelen. Elke noot, of je hem nu tokkelt of strijkt, heeft richting nodig. Luister maar eens naar een barokor­ kest: zo’n basgroep kan als een stel rockmuzikanten uit z’n dak gaan.’ Peter: ‘Daarnaast had ik het altijd over ademhaling. Ik zie nog steeds bassisten, zelfs professionals, die niet beseffen dat ook een strijker moet ademen. Daarom vind ik het zo’n genot naar Rick te kijken als hij de basgroep van een orkest aan­ voert. Hij is een en al adem, je ziet hem meebewegen met de dirigent – en ja hoor, kómt die inzet.’ Studeer je suf Vroeger voelde Rick weleens een vlaag van jaloezie. ‘Dat gebeurde als papa zijn leerlingen omschreef als ‘tweede­ hands kinderen’. Dan dacht ik: hoezo, je hebt toch al kinderen? Pas nu ik zelf leraar ben, begrijp ik wat hij bedoelde. Je zorg voor een leerling houdt niet op na dat ene lesuur per week.’ Peter: ‘Als docent draag je een grote verantwoordelijkheid. Mijn statement was altijd: ik leid niet op voor de WW. Een baan kon ik studenten niet garanderen, maar ze mochten erop vertrouwen dat ik voldoende inzicht en ervaring had om hun kansen in te schatten. Bij twijfel nam ik iemand niet aan en dat leidde weleens tot ruzie.’ Rick: ‘Soms moet je inderdaad lef tonen. Een van mijn studenten in Duitsland, een groot talent, kreeg een aanvoerdersplaats aangeboden. Hij vroeg advies en ik zei: niet doen. Studeer je eerst nog maar eens een jaar of twee suf en daarna kijken we samen naar audities. Hij heeft zich waanzinnig ontwikkeld en remplaceert inmiddels bij veel betere orkesten. Maar eerlijk gezegd blijft het een gok, het had ook anders kunnen lopen.’ Peter: ‘Je werkt met jonge mensen tussen pakweg 18 en 26 jaar. In die pe­ riode maken ze van alles mee: vriendje, vriendinnetje, de liefde loopt spaak, noem maar op. Niks zo mooi als te merken dat een student op z’n pootjes terechtkomt.’ Rick Stotijn hard aan de studie op 14-jarige leeftijd. FOTO PETRA VAN DOORN 52