TEKST GUIDO VAN OORSCHOT Rick Stotijn (35): ‘Les krijgen van mijn vader was soms best lastig. Ik herinner me een voorspeelavond op het Am­ sterdamse conservatorium. Die werd in een kringetje geëvalueerd en ik kreeg van mijn vader de volle laag. Medestu­ denten zeiden achteraf: hij was veel te streng hoor, je speelde prima.’ Peter Stotijn (68): ‘Ik heb Rick nooit voorgetrokken, waarschijnlijk was ik zelfs strenger. Maar ja, ik zag nu een­ maal een jongen met ontzaglijk veel talent voor de contrabas. Als vader en als leraar verwachtte ik, nee eiste ik bijna dat hij beter speelde dan de anderen.’ Tot onmin heeft het gelukkig niet geleid. Kijk hoe Peter en Rick Stotijn elkaar begroeten: blije gezichten, stevige hug. Hier, in het buitenge­ bied van Stroe, tussen Amersfoort en Apeldoorn, bewoont Peter een ver­ bouwde boerderij. In zijn muziekstudio lonken een vleugel, een contrabas en een goedgevulde boekenkast. Peter is de man die de contrabas in Nederland naar een hoger plan heeft getild, als solobassist van het Residentie Orkest en hoofdvakdocent aan de conserva­ toria van Utrecht en Amsterdam. Zoon Rick zet de familietraditie voort. Wat heet: in 2013 was hij de eerste bassist die de Nederlandse Muziekprijs kreeg, ‘s lands hoogste muzikale onderschei­ ding. Het juryrapport roemde zijn ‘ontroerende muzikaliteit en overrom­ pelende virtuositeit’. Dynastie In Stroe komt appeltaart op tafel. Met stevige vingers omklemmen de bas­ sisten hun vork. Openhartig praten ze over hun persoonlijke en professionele relatie. Bijvoorbeeld over hoe dat werkt, muziek doorgeven in een familie die een naam heeft te verliezen. Ga maar na: al voor de Tweede Wereldoor­ log zaten er liefst zeven Stotijnen in het Haagse Residentie Orkest. De nestor heette Constant, hij speelde viool. Er waren Louis (fagot) en Herman (contra­ bas). Vooral de hobotak was krachtig vertegenwoordigd, met Jaap, Constant junior en Haakon (die als solohoboïst ‘deserteerde’ naar het Concertge­ bouworkest). Peter is een zoon van fagottist Louis. ‘Mijn vader was buitengewoon autori­ tair’, zegt hij. ‘We hadden een moeilij­ ke relatie, vaak ruzie. Pas veel later heb ik me gerealiseerd hoe fantastisch hij speelde. Ik kwam een opname uit 1960 tegen, van het Fagotconcert van Carl Maria von Weber. In onze tijd zou hij een grote zijn.’ Tegenwoordig zijn de Stotijnen een dynastie die boogt op twee laureaten van de Nederlandse Muziekprijs. Want zangeres Christianne, Ricks oudere zus, kreeg hem in 2008. ‘Of muziek in ons DNA zit?’, zegt Rick. ‘Ik weet het niet. Misschien is het eerder bevlogenheid. We zijn opgevoed met het idee: wat je ook doet, doe het met overgave.’ Peter: ‘Arnoud, onze oudste zoon, zit niet in de muziek, maar werkt met de­ zelfde passie in de gezondheidszorg.’ Oergevoel Het maakt nieuwsgierig naar de muzi­ kale dynamiek in het jonge gezin-Sto­ tijn, met een moeder die pianospeelde en zong, en een contrabasprof als vader. Rick: ‘Mij gaf het een veilig gevoel, papa die bas speelde.’ Peter: ‘Als ik studeerde zat Rick vaak voor me op de grond. Soms stofte hij met een doekje het bovenblad af.’ Rick: ‘Die diepe trillingen gaven me een soort oergevoel.’ Peter: ‘Als ik niet thuis was, ging hij tekenen.’ Rick: ‘Man met contrabas, honderden van die tekeningen heb ik gemaakt. Eerst wilde ik trouwens hoorn spelen, maar die droom eindigde op mijn ne­ gende. Een paard trapte in mijn ge­ zicht en verbrijzelde mijn kaak.’ Je kunt je afvragen: waarom kiest ie­ mand als docent in ‘s hemelsnaam zijn vader? ‘Waarom niet?’, antwoordt Rick Stotijn. ‘Hij was nu eenmaal de beste. Ik heb ook nooit het gevoel gehad dat ik werd gepusht. Wel confronteerde papa mij met de gevolgen van keuzes. Misschien heb je nu even geen zin om te studeren, zei hij dan, maar zet door. Straks mag je met het Jeugdorkest Nederland naar Japan en dat wordt vast heel leuk!’ Toch was het niet steeds pais en vree. ‘Een zoon wil zich tegenover zijn vader bewijzen’, zegt Rick. ‘De ene keer was ik aan het pleasen, de andere keer zette ik me juist af. Af en toe hadden we ruzie. Papa kon dingen zeggen op DUBBELINTERVIEW VADER EN ZOON STOTIJN ‘Wie praat over de contrabas, komt niet heen om de naam Stotijn. Vader Peter tilde het instrument in zijn lange loopbaan naar een hoger niveau. Tegenwoordig verlegt zoon Rick de grenzen. Het was tussen de twee niet steeds pais en vree. ‘Af en toe hadden we ruzie. Dan stonden we als stieren tegenover elkaar.’ 51 FOTO FRANK RUITER