FLOOR HEEFT HET KNARSETANDEND TWEE, DRIE JAAR VOLGEHOUDEN OP DE CELLO Von Trapps. Er is nog een mooie foto waarop we met zijn allen rond de vleu­ gel spelen. Onder de piano stond een pick-up. Mijn vijf jaar oudere broer kocht al jong veel platen, dus ik groeide niet alleen op met klassieke muziek, maar ook met Abba, Kate Bush en Pink Floyd. Mijn eerste zakgeld op mijn twaalfde gaf ik uit aan singles. Muziek was bij ons een levensbehoefte, zoiets als eten en drinken.’ Dat hun kinderen een instrument be­ speelden, had ook te maken met het feit dat Marianne en Chris Dessing ervoor kozen hen naar de vrijeschool te sturen. ‘De oudste twee zaten op een katholieke lagere school. Wij vonden die Fratres Scholarum Christianorum, zoals de Broeders van de la Salle zich noemden, wat te streberig. Een vriend raadde ons de vrije­ school aan. Onze kinderen volgden daar enkele proef­ lessen. Dat beviel goed. “Hier worden we gekend”, zeiden ze. In de derde of vierde klas van de onderbouw ad­ viseerde de school de ouders om hun kinderen een instrument te laten kiezen. Dat hebben ze dus alle vier gedaan. De één meer bevlogen dan de ander. Floor heeft het knarsetandend twee, drie jaar volgehouden op de cello. Marianne vond eens een briefje van haar, waarop stond: “Mamma begrijpt niet hoe ik het haat dat ik moet studeren voor cello.”’ ‘Ik hou wel van de klank van de cello’, antwoordt ze zelf, ‘maar als recalcitrant kind stuitte het me tegen de borst dat mensen mij allerlei verplichtingen wil­ den opleggen. Dus het moeten stude­ ren, dat was aan mij niet besteed.’ Wel bezorgde de muziek Floortje voor het eerst de smaak van het buitenlandse avontuur. ‘Onze kinderen zaten op een fluitcollege’, vertelt Dessing. ‘Dat hield in dat ze een bamboefluit leerden ma­ ken en bespelen. Zomers waren er ook kampen. Dan verbleven ze een week ergens in Brabant of Twente. Floortje ontdekte dat er ook internationale muziekkampen waren. Buiten ons om meldde ze zich - dertien jaar oud - aan voor een trip naar Engeland.’ ‘Ik kreeg de vraag wat ik dan wel speel­ de’, herinnert ze zich. ‘Fluit, schreef ik. Toen ik aankwam, belandde ik te mid­ den van leeftijdgenoten met de ambitie en vaardigheden om orkestmusicus of solist te worden. Ik viel al snel door de mand. Ze hebben me vervolgens maar een triangel in de hand gedrukt. Zelf vond ik dat geen probleem. Ik zat in het buitenland, daar was het me om te doen geweest.’ Tegenwoordig reist ze voor BNN-VARA Naar het einde van de wereld, naar eenzame en afgelegen plekken, waar sommige mensen een nieuw bestaan zoeken: de koude wildernis van Alaska, een warme baai in de Stille Oceaan rond Vanuatu of de winderige flanken van het kleine en steile Maatsuyker Eiland, het zuidelijkste puntje van Aus­ tralië. ‘Aan het einde van de wereld klinkt nauwelijks muziek’, ervaart ze. ‘Meestal hebben mensen het daar te druk met overleven. Hun dag bestaat vooral uit lichamelijke arbeid. Daar zijn niet de zaken die wij als vanzelfsprekend zien: stromend water, een toilet dat je kunt doorspoelen, elektriciteit, ze kunnen niet nog even een vergeten boodschap in de winkel halen. De enige kunst, waaraan die mensen zich overgeven, is literatuur. Ik vond geen kasten met cd’s, wel met boeken. Misschien wonen ze zo afgelegen, omdat ze de stilte zoeken.’ Zelf kan Floortje niet zonder muziek. ‘Zij behoort tot de grote schoonheden in mijn leven. Niet dat ik elk moment dichtsmeer met muziek. Want ik hou ook van stilte, van de tonen die de na­ tuur zelf voortbrengt: het ruisen of beu­ ken van de wind of de zee, het fluiten van de onzichtbare vogels in het oer­ De familie Dessing in de jaren ’70 aan het musiceren. Het voorste meisje is Floortje. 20