TEKST JOOST GALEMA Aan het begin van de vorige eeuw stond het leven van Chris Dessings va­ der in het teken van God. Met zijn broer ging hij naar het seminarie en ontving in de Haarlemse kathedraal de priester­ wijdingen. De liefde voor de kunst was hem niet vreemd. In zijn jaren als kape­ laan in Heerhugowaard speelde hij met zijn parochianen het toneelstuk Jozef in Dotan van Joost van den Vondel. Lokale kranten schreven bewonderend over de ‘vondelende’ dorpsbewoners. En de menselijke stem fascineerde hem. Hij beschreef rituelen van de katholieke getijdenzangers uit vervlogen tijden in Gouda en Amsterdam. En op een dag zong hij bij de Leidse kapper aan huis een Schubert-lied. Aan de piano zat een meisje, dat in hem onbekende emoties losmaakte, gevoe­ lens die ingingen tegen zijn priesterbe­ loften. ‘Plotseling kruiste de liefde zijn pad’, zegt Chris Dessing (88). ‘Over het innerlijke gevecht dat mijn vader moest voeren, heeft hij tijdens zijn leven nooit iets losgelaten. In zijn nalatenschap kon ik er geen snipper over terugvinden, hoewel hij veel schreef. Allemaal vernie­ tigd, vermoed ik. Vijf jaar lang bleef de verhouding platonisch. Maar de liefde was toch sterker dan de roeping: hij zei de kerk vaarwel. Het kon niet anders.’ Het besluit had nogal wat gevolgen. ‘Zijn broer was als priester van de harde lijn. Op zijn bevel brak de familie met mijn vader. De kerk excommuniceerde hem. Met mijn moeder heeft hij - zoals dat heet - in zonde moeten leven. Ze konden alleen in het stadhuis trouwen. Wel bleef hij een trouw kerkganger. Mijn zus en ik kregen ook een katholieke op­ voeding. Maar zonder Schubert zouden wij niet zijn geboren.’ En zo stond een Weense componist aan de wieg van Chris Dessing. Zijn ouders droegen hun liefde voor de klassieke muziek op hem over. ‘In de crisis van de jaren dertig moest mijn moeder de piano verkopen, maar zodra het gezin weer wat financiële armslag had, haalden ze radiodistributie in huis. Bij ons aan de Admiraal de Ruyterweg in Amsterdam liepen er kabels langs de woningen. In de muur van de huiskamer zat een kastje met een luidspreker en een grote draaischijf. Die telde vier stan­ den. Hilversum I en II en nog een paar buitenlandse zenders. Daar waren voor de oorlog de bedreigende toespraken van onder meer Mussolini en Hitler te horen. Maar ook klassieke muziek. Een van mijn eerste herinneringen is Bachs Matthäus op Palmzondag vanuit het Concertgebouw met Willem Mengel­ berg als dirigent.’ Het liefst was Dessing architect gewor­ den, zoals de grootvader naar wie hij is vernoemd - een leerling van Pierre Cuy­ pers, de man achter het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam. Maar hij belandde jong in het typ- en stencilbureau van zijn ouders. En toen op zijn zesentwintigste zijn vader stierf, nam hij met zijn zus de inmiddels kleine drukkerij over. Hij bleef er werken tot rond zijn zeventigste. ‘Met veel plezier, we hadden ook mooie banden met de wereld van de kunst en de literatuur. Nooit bekroop me het idee dat ik tegen mijn zin in de drukkerij moest ploete­ ren.’ Na zijn pensioen kan hij meer tijd wijden aan zijn liefde voor de muziek, vooral als vrijwilliger bij Amsterdam Sinfonietta en het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds. ‘Ik ontmoet er inspirerende men­ sen, die me een mooie blik gunnen in de schoonheid. Ze laten me de muziek van nog dichterbij ervaren. Ik herinner me het 25-­ jarig jubileum van het NMF, met in één weekend zo’n honderd concerten in monumenten van Vereni­ ging ­ Hendrick de Keyser. Ik hielp in het Hodshon Huis in Haarlem en in Huis Bartolotti in Amsterdam. Op die laatste plek werkte ik met Noortje Olof, de weduwe van violist Theo Olof. Ze vertel­ de prachtige verhalen over de muziek. Indrukwekkend is ook de zolder in het NMF-pand, waar zich een klein deel van de strijkinstrumenten bevindt, totdat een bruiklener ze komt bevrijden. Deze plek ademt geschiedenis. Die violen en celli hebben al zulke rijke levens achter zich.’ De liefde voor muziek deelt Dessing ook met zijn vrouw Marianne, die - bijna tachtig jaar oud - nog altijd pianoles­ sen geeft. In hun kleine woonkamer staat een mooie goudbruine Steinway-­ vleugel, een erfstuk van een rijke tante. Met hun vier kinderen werd regelmatig rondom de piano gemusiceerd, herin­ nert jongste dochter Floortje (47) zich. ‘Wij vormden wel een muzikaal gezin. Mijn broer speelde hobo, mijn twee zussen viool en dwarsfluit, ikzelf cello. Dus bij tijd en wijle voelden we ons de DUBBELINTERVIEW VADER EN DOCHTER DESSING Chris Dessing werkt als vrijwilliger bij het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds. Zijn dochter, televisiemaker Floortje, reist naar ‘het einde van de wereld’. Voor beiden is muziek van levens­ belang. Franz Schubert stond aan de wieg van hun bestaan. FOTO ANP 19