Het was geen liefde op het eerste ge- zicht; ik kreeg er geen klank uit en hij sprak me niet aan. Mijn eerste gedachte toen ik de Verbeek een paar minuten had bespeeld, was: “is dit nou de beste barokviool die het NMF me kan bie- den? Ik denk niet dat het ooit zal klikken tussen ons.” Terwijl ik dit dacht, legde ik hem opnieuw op mijn schouder om nog wat te spelen. “Goed, misschien zijn dit niet de ideale snaren… Boven- dien is het de eerste keer dat ik hem bespeel.” Langzaam maar zeker werd ik me ervan bewust dat deze viool ‘iets bijzonders’ had. Ik nam me voor om mezelf een week te geven om te zien of ik in staat zou zijn om dat ‘bijzondere’ te ontdekken. Ondertussen bespeel ik de Verbeek nu al een paar jaar en toch ontdek ik nog steeds nieuwe mogelijkheden, kleuren en emoties. Desondanks ben ik er nog niet in geslaagd om dat ene ‘bijzonde- re’ te kunnen identificeren. Wel weet ik dat het een fascinerend instrument is! Voor mij hoort dit bij het werken met een instrument van meer dan 300 jaar oud. De viool lijkt een stuk wijsheid te hebben opgedaan door alles wat hij heeft meegemaakt; hij heeft diepgang en biedt veel om van te kunnen leren. Daarom was de eerste kennismaking lastig; ik moest eerst luisteren naar de oude meester om zijn potentieel te kunnen ontdekken. Tegenwoordig hoor je veel over tests met heel veel violen waarbij binnen een paar uur het beste instrument moet worden geselecteerd. Meestal wint dan een modern instru- ment (ongetwijfeld een geweldige viool), maar eigenlijk zou de speler elk instrument een maand - of liever zelfs een jaar - moeten kunnen uitproberen om ook de dieper verborgen kwalitei- ten van elk instrument te kunnen bloot- leggen. Door het bespelen van een viool uit 1682 heb ik veel kunnen leren en heb ik ontdekt wat het betekent om via zo’n uitzonderlijk instrument mijn persoon- lijke stem vorm te kunnen geven. Maar voor mij als specialist in de oude muziek is het bovendien heel bijzonder om te kunnen ‘zingen’ met een instrument dat al klonk toen Bachs cantates in Leipzig voor het eerst werden uitgevoerd, toen Vivaldi zijn concerten in Venetië uitvoer- de en toen Corelli zijn sonates in Rome speelde. Iedere barokmusicus weet dat het onmogelijk is om een 100% authentieke uitvoering te geven van barok­ muziek, maar als je het podium kunt delen met ‘iemand’ die erbij was toen de muziek ontstond, benader je die droom tot heel dichtbij. Misschien is dat dan uiteindelijk wel het ‘bijzondere’ dat ik maar niet kan identificeren. JAVIER LUPIAÑEZ BAROKVIOLIST 5 Originele Verbeek De Verbeek (Amsterdam,1682) is misschien wel het meest zeldzame instrument uit onze collectie en in ieder geval uit onze oud-Hollandse collectie, mede dankzij het unieke originele etiket. Het NMF heeft bij de aankoop in 2002 van een particuliere hande- laar een werkelijke ‘reddingsactie’ uitgevoerd om te voorkomen dat hij definitief naar het buitenland zou verdwijnen. De Verbeek wordt regelmatig door experts ingezet tijdens lezingen en conferenties over vioolbouwhistorie. Javier is oprichter van het barok­ ensemble Les Esprit Animaux en artistiek leider van Scaramuccia. Sinds 2014 bespeelt hij de Verbeek. 14