Achttienribbe: ‘Zelfs een matig klinkende Stradivarius kost goud- geld. Terwijl een fantastisch klinkende Chinese viool nooit ver- schrikkelijk duur is.’ ‘Een viool is een dubbelzinnig ding’, peinst Lindeman. ‘Aan de ene kant is het een gebruiksvoorwerp, het gereedschap van een violist. Tegelijkertijd is het een kunstvoorwerp waar bij veilingen grif op wordt geboden. Er hangt een prijskaartje aan, zolang het maar van een beroemdheid is en gegarandeerd echt.’ Achttienribbe: ‘Sommige instrumenten hebben een indrukwek- kende stamboom. Zeker als ze zijn bespeeld door virtuozen als Yehudi Menuhin of Isaac Stern.Wie zijn wij dan om te zeggen dat het een matig instrument is?’ Lindeman: ‘Er speelt ook prestige mee. Ik vergelijk het weleens met auto’s. Wie rijk is en beroemd, koopt een te gek duur ding. Terwijl een eenvoudig autootje je ook van A naar B brengt.’ Meester en gezel Het lijkt niet ondenkbaar dat een restaurator in zijn werkplaats bezoek krijgt van een klant die druk uitoefent.Valt zijn instrument niet om te dopen tot een heuse Stradivarius of Guarneri? ‘Een bouwer zal daar nooit aan meewerken’, zegt Lindeman. ‘Bij de handel ligt dat soms anders.’ Achttienribbe beaamt: ‘Ik ken men- sen die in Londen hebben gewerkt bij een vermaarde Engelse firma. Als die een certificaat van echtheid toekende, dan telde dat. Maar in de wandelgangen werd gefluisterd: one Strad co- mes in, two go out. Ik kan het nu rustig zeggen, want het bedrijf bestaat niet meer.’ Lindeman: ‘Soms wordt het instrument van een leerling opge- waardeerd naar dat van zijn meester. Zeker als zo’n gezel aan het eind van z’n studietijd zat,valt het onderscheid moeilijk te maken. Hoe had hij ook anders kunnen bouwen dan zijn baas? En als hij voor zichzelf begon, veranderde zijn stijl natuurlijk niet als bij to- verslag. Een paar generaties later leken die instrumenten ineens verdomd veel op elkaar.’ Achttienribbe: ‘Een papiertje met de naam van de meester was snel geplakt.’ Lindeman: ‘En zoek het dan nog maar eens uit.’ 7 Fred Lindeman (1932-2017) Fred Lindeman leerde het vioolbouwersvak van zijn vader, Jan W. Lindeman (1890-1971). Hij begon in 1952 als leerling en werd in 1957 partner. Van 1971 tot 2007 had hij in Amsterdam zijn eigen werkplaats. Als restaurator was Lindeman betrokken bij de revival van barokmuziek. Hij specialiseerde zich in het terugbouwen van gemoderniseerde instrumenten naar hun oorspronkelijke staat. Hij legde zijn ervaring neer in twee boeken: The Rebirth of the Baroque Violin (2011) en Tussen grond- en boventonen (2016). In januari 2017, een maand na dit interview, bereikte ons het droevige bericht van het overlijden van Fred Lindeman. Lindeman was meteen vanaf de oprichting nauw betrokken bij het NMF en is voor ons in de bijna 30 jaar dat wij met hem hebben mogen samenwerken, van onschatbare waarde geweest. Lindeman was jarenlang lid van de Raad van Advies van het NMF. FRED LINDEMAN “Er speelt ook prestige mee. Ik vergelijk het weleens met auto’s. Wie rijk is en beroemd, koopt een te gek duur ding. Terwijl een eenvoudig autootje je ook van A naar B brengt.” K O P S T U K