Het is begin augustus als er een voicemail bij het NMF binnenkomt. Ik hoor de stem van een oude man, die moeilijk spreekt. Hij wil een viool ‘met kist en stok en alles erop en eraan’ aan ons schenken. Omdat het al laat is, bel ik hem die dag niet meer terug. Dezelfde avond nog stuurt hij mij een mailtje. Met daarin de opmerking: “Vlot handelen is geboden, want een van de snuiters van de familie Hein, in casu het geval M. – een wat mager, vervallend type met voorkeur voor scherp gereedschap; er wordt beweerd dat hij ook een verzameling zeisen bestiert (meende hem laatst te horen wetten...). Tot zover de haast!” Ik bel hem de volgende ochtend meteen terug. Het blijkt meneer G. uit M. te zijn. Hij is blij dat ik bel, want hij is erg ziek en heeft niet lang meer te leven. Hij waarschuwt me dat hij erg slecht spreekt en dat hij daarom heel langzaam praat. Ik moet inderdaad grote moeite doen om hem te verstaan. Meneer G. vertelt me zijn verhaal. Hij is tientallen jaren lang violist in het Amsterdams Philharmonisch Orkest geweest, later in het Nederlands Philharmonisch Orkest, en is nu aan het einde van zijn leven. Zijn viool wil hij graag voor zijn dood een goede bestemming geven. Ik probeer zo goed en zo kwaad als mogelijk is, zijn verhaal te begrijpen, en erachter te komen wat voor instrument hij heeft. Dat blijkt niet helemaal duidelijk. Het is een viool met etiket ‘Landolfi’, maar een Landolfi is het volgens hem zeker niet. Ruim dertig jaar geleden ontdekte hij het instrument ‘als een onbespeelbaar barrel’, maar na schoonmaak en opknap bleek het de ideale partner voor G., een partner waarmee hij al die jaren gelukkig is geweest. Normaliter vragen we bij schenkingen altijd eerst om een ‘Een passende bestemming voor mijn troetelding’ tekst Marcel Schopman E E N S C H E N K I N G O N D E R T I J D S D R U K 76 © NMF