Instrumenten hebben vaak een verleden dat niemand kent. Een viool van een paar honderd jaar oud heeft hoogstwaarschijnlijk al behoorlijk wat bespelers gekend. Het is leuk om te fantaseren over hoeveel vlieguren er op de viool zijn gemaakt, welke prachtige zalen de viool heeft gezien en hoeveel mensen al naar het instrument hebben mogen luisteren! Is een instrument eenmaal in de collectie van het NMF opgenomen, dan worden de bespelers op de voet gevolgd en wordt de informatie gearchiveerd en zoveel mogelijk gedeeld met het publiek. De redenen waarom instrumenten van musicus naar musicus gaan, kunnen heel verschillend zijn. In de meeste gevallen zijn musici vanwege hun ontwikkeling toe aan een ander instrument, een instrument dat meer recht doet aan hun niveau. Er zijn ook musici die stoppen met musicus zijn en zodoende het instrument bij het NMF komen inleveren. En er zijn musici die zelf middelen hebben gevonden om een eigen instrument te verwerven. De Gagliano-viool die Quirine Scheffers in bruikleen had, heeft na bijna 11 jaar trouwe dienst een andere bespeler gekregen. Dat is Hawijch Elders, die zich op haar beurt weer kan ontwikkelen met dit instrument. Deze bijzonder mooie Napolitaanse viool, gebouwd omstreeks 1830 door Raffaele en Antonio Gagliano werd door het NMF in 2004 aangekocht van een Nederlandse handelaar. Violiste Quirine Scheffers was de eerste aan wie de viool door het NMF in bruikleen werd gegeven. De Gagliano’s vormen hoogstwaarschijnlijk de langste en meest glorieuze vioolbouwdynastie ooit. Met Alessandro Gagliano als nestor in de vroege 18e eeuw, brengt de familie gedurende verschillende generaties in totaal 11 vioolbouwers voort. Raffaele (1790) en Antonio (ca. 1775) zijn beiden zoons van Giovanni Gagliano, bij wie ze ook het vak leren. van musicus naar musicus tekst Manon Veenendaal 74