6 ‘Van barokviolen wist ik geen bliksem. Deed ik navraag bij colle- ga’s, dan haalden ze hun schouders op. Leuke hobby, zag ik ze denken.’ Er zat niets anders op: hij moest zelf op onderzoek uit. Lindeman reisde langs instrumentencollecties en musea. Van Neurenberg ging hij naar Kopenhagen, via Oxford en Parijs belandde hij in Amerika. In Washington bleek de Smithsonian Institution een goudmijn. ‘Aan de tentoongestelde instrumenten had ik weinig, die waren te opgetut. Ik moest het depot in, waar de brokken lagen. Bij een halve viool kon ik tenminste rechtstreeks in de romp kijken, dat was veel interessanter.’ Hij mat en rekende, schetste en fotogra- feerde. Gaandeweg deed Lindeman de expertise op waarmee hij gemoderniseerde violen kon terugbrengen naar hun veron- dersteld oorspronkelijke staat. Torderen Het moderniseren van barokinstrumenten begon in de 19de eeuw,toen de concertzalen groter werden en violen luider moes- ten klinken. Lindeman: ‘Een violist kan meer klank maken door met de strijkstok meer druk op de snaren te zetten. Maar meer druk betekent meer kracht. En daarop waren de oude kammen en zangbalkjes niet berekend.’ Achttienribbe: ‘Die werden dus en masse vervangen. Ook wer- den de bladen dunner gemaakt, of prutste men aan de f-gaten.’ Lindeman: ‘Vanuit de gedachte: als je de deur maar wijd open zet, komt het geluid vanzelf.’ Achttienribbe: ‘Hoeveel authentieke halzen niet zijn wegge- gooid!’ Lindeman: ‘En wat dacht je van de snaren. Hoe je die draait uit darmen, was in de 20ste eeuw nagenoeg vergeten. Alleen in Italië, in de streek rond Aquila, leefde de kunst van het torderen nog.Het werd onder meer gebruikt voor chirurgisch hechtdraad.’ Eenvoudig autootje De kostbaarste viool die Chaim Achttienribbe in handen heeft gehad, was een Testore. De restaurator voelde ontzag – heel even. ‘Daarna pak je je gereedschap en begint te werken.’ Bij Lin- deman werd ooit een Stradivarius afgeleverd met een gepant- serde auto van de firma Brinks. De viool kwam uit het Metropoli- tan Museum in New York. ‘Wat zal hij tegenwoordig kosten, een of twee miljoen? De prijzen zijn krankzinnig gestegen.’ CHAIM ACHTTIENRIBBE “Zelfs een matig klinkende Stradivarius kost goudgeld. Terwijl een fantastisch klinkende Chinese viool nooit verschrikkelijk duur is.” Chaim Achttienribbe (38) Chaim Achttienribbe restaureert en repareert strijkinstrumenten. Hij studeerde in 2002 af aan de Newark School of Violin Making in Engeland. Daarna werkte hij onder meer voor Loerakker Vioolbouwers in Haarlem en aan het Rimski-Korsakov Conservatorium in Sint-Petersburg. Sinds 2004 is hij partner in Maas en Achttienribbe Vioolbouw, gevestigd in Amsterdam. In zijn restauratiewerk zoekt hij de balans tussen behoud van het origineel en tegemoetkomen aan de wensen van de bespeler. K O P S T U K