“Alles op eigen kracht, dat bewonder ik.” Geertje Nooitgedagt 1956 Docent piano. Moeder van violistes Julia (1984) en Rosanne Philippens (1986). Julia bespeelt sinds 2009 een viool, gebouwd door Riccardo Antoniazzi (Milaan, 1895), uit de collectie van het NMF. Rosanne klopte in 2000 voor het eerst aan bij het NMF. Ze heeft tot begin 2016 de Bergonzi-viool “ex-Herman Krebbers” bespeeld. Twee getalenteerde vioolspelende dochters. Geertje Nooit­ gedagt is als moeder altijd nauw betrokken geweest bij de ontwikkeling van het talent van haar kinderen. Ze herinnert zich geen grote conflicten: ‘Ik riep weleens uit irritatie: “Als je niet wil studeren, moet je maar van les af!” Maar dat was het ergste wat ik kon zeggen.’ Meeleven met elke noot De zusjes Philippens zijn allebei een eigen kant op gegaan met de viool. Julia als jazzmusicus en Rosanne als klassiek violiste. Julia toert door Nederland met Fuse, bekend als de huisband van Podium Witteman. Geertje en haar man zorgen dat ze geen aflevering missen. Geertje: ‘Het is heel spannend, elke week nieuwe arrangementen, uit het hoofd. Julia is gedreven, ze geeft zich helemaal en raakt mensen. “Ik vond het geweldig!” zoiets app ik haar altijd na afloop.’ Rosanne maakt carrière als soliste. Geertje vindt dat het goed met haar gaat: ‘Ze gaat steeds beter spelen en krijgt steeds interessantere optredens. Maar het is geen makkelijke weg, alles op eigen kracht, dat bewonder ik.’ Onlangs zou ze in het Concertgebouw optreden met meesterpianist Menahem Pressler, maar die moest onverwacht vervangen worden. Een grote tegenslag, maar uiteindelijk speelde Rosanne met Itamar Golan en Geertje was diep onder de indruk: ‘Ze speelden zo mooi. Ik voelde mezelf stralen en leefde mee met elke noot. Ik was zo trots: daar stond ze toch maar, onder al die druk.’ Gezellig met mama Julia was vier toen ze begon met vioolspelen en Rosanne, geïnspireerd door haar zusje, nog maar drie jaar oud. Geertje heeft er nooit aan getwijfeld dat haar kinderen een instrument zouden gaan spelen en dat ze dat goed zouden kunnen. Ze koos zelf de viool voor haar dochters. Dat zij echt talent hadden, realiseerde ze zich als ze hen op voorspeelavonden vergeleek met andere kinderen. ‘En ik zag dat het studeren wel heel makkelijk ging, een liedje zingen en meteen naspelen op de viool, geen probleem.’ Geertje zorgde vooral voor de discipline. ‘Ze zijn van nature muzikaal, en leerden heel snel, maar tijdens de lagere schoolperiode heb ik elke dag met ze gestudeerd. Dat kan niet anders als ze zo klein zijn. Het was ook gezellig – met mama samen.’ Als ze weg was, ging het niet vanzelf. Achteraf hoorde ze dat ze de bladmuziek weleens zo neerzetten dat het leek of ze gestudeerd hadden. Grip Na de basisschool gingen Rosanne en Julia naar vioolpedagoge Coosje Wijzenbeek. ‘Vanaf dat moment kon ik steeds minder helpen.’ Geertje lacht: ‘De lerares wist natuurlijk alles beter.’ Ze begeleidde haar dochters alleen nog op de piano en reed het hele land door. ‘Tijdens de lessen en repetities heb ik heel wat boeken gelezen.’ Soms vraagt Geertje zich af of haar begeleiding genoeg is geweest: ‘Vanaf de puberteit had ik minder grip. Sommige kinderen studeren uren per dag, dat was er bij ons niet bij. Ze konden niet hockeyen of andere dingen buitenshuis doen, maar vriendinnen waren ook belangrijk. Hun viooldocente Coosje Wijzenbeek was wel streng, maar het studeren ging Julia en Rosanne makkelijk af. Partijen die ze thuis hadden gestudeerd, moesten ze soms uit het hoofd kennen – dat lukte ze dan vaak door er in de auto naar Hilversum nog even naar te kijken, zonder te spelen.’ M I J N K I N D H E E F T T A L E N T Koninginnedag, 30 april 1994. Julia (links) en Rosanne spelen in het Amsterdamse Vondelpark. 69