63 Jaren later. Willem is inmiddels psychiater en speelt nog immer piano, nu op zijn Yamaha-vleugel, thuis in Wageningen. Floris is advocaat en wordt in 1973 door zijn kantoor uitgeleend aan een Londens kantoor om daar de Engelsen te adviseren over de gevolgen van de toetreding van het VK tot de EEG. Eén van zijn kantoorgenoten blijkt bestuurslid te zijn van een stichting, die de cello beheert die Jacqueline du Pré bespeelde. Antonio Stradivari bouwde deze ‘Davidoff’ in 1712. Yo-Yo Ma krijgt dit instrument dan later in bruikleen van de stichting. Floris ziet en hoort met eigen ogen en oren wat een instrumentenfonds voor een musicus kan betekenen. Als dan zijn oom Piet in 1978 overlijdt, blijkt deze een soort NMF ‘avant la lettre’ te hebben gerund. In de nalatenschap van Piet bevinden zich maar liefst 27 celli, waarvan het merendeel uitgeleend is aan bevriende (oud-) leerlingen en musici. Willem en Floris hebben een hechte vriendschap ontwikkeld en begin jaren ‘90 komt het onderwerp ‘nalatenschap’ ter sprake. Beide broers hebben geen kinderen en Willem vraagt advies aan Floris wat te doen met zijn vermogen. Daar heeft Floris wel een antwoord op, want door zijn ervaringen in Londen en de afhandeling van de collectie celli van zijn oom, heeft Floris het plan opgevat na zijn dood een stichting in het leven te roepen die instrumenten kan verwerven om uit te lenen aan jonge talentvolle musici. Willem vindt dat een uitstekend idee en besluit hetzelfde te doen. Niet zo lang daarna, in 1998, sterft hij onverwachts: hij is dan pas 67 jaar oud. Omdat zijn weduwe het vruchtgebruik van zijn nalatenschap heeft, gebeurt er voorlopig nog niets met de, na de dood van Willem, nieuw opgerichte stichting. Floris wordt van die stichting de voorzitter en Rob de Ruwe, Willems pensioen- en belastingadviseur, fungeert als secretaris/penningmeester. G R O O T S T E S C H E N K I N G Het NMF kon in 2016 dankzij de familie Vogelaar een Engelse bas uit de 19e eeuw voor Uxía Martínez Botana aankopen. UXÍA MARTÍNEZ BOTANA CONTRABAS ONBEKEND | LONDEN | CA. 1800 “The English lady is a very particular instrument. Starting from the fact that she is slightly smaller and more “feminine shaped” than most of the English basses. She has a huge capacity for colors and dynamics. I love that because it becomes very versatile for all kinds of repertoire. It is a very unique instrument and I feel incredibly lucky to play it. We travel the world together.” © Marco Borggreve