54 In zijn navrante boek De terugkeer be- schrijft de Libische auteur Hisham Matar wat het betekent als je vader van de aard- bodem verdwijnt zonder een spoor na te laten. Zijn vader, Jaballa Matar, was een kopstuk. Hisham spreekt met louter lief- de en respect over hem. Hij verzette zich tegen de dictatuur van Khadaffi, moest vluchten naar Egypte, werd toch gepakt en verdween. Het vermoeden bestaat dat Jaballa in de hel van een van Khadaffi’s gevangenissen is geëxecuteerd. De leeg- te die dat oproept is geen leegte, het ver- driet geen verdriet. Het leven stopt zon- der te stoppen. Oninvulbaar. Onmogelijk. De zoon, Hisham, ontwikkelt later een wonderschone gewoonte. Hij is inmiddels woonachtig in Londen en gaat iedere dag naar de National Gallery. Het museum is gratis, het kan. Het normale systeem, waarbij je gedurende een uur of langer langzaam langs alle schilderijen en beel- den schuift, werkt niet meer voor hem. Het is te veel, hij wil gaan schreeuwen. In plaats daarvan gaat hij iedere dag naar hetzelfde schilderij kijken. Een topstuk. Titiaan. Telkens vijftien minuten, morgen opnieuw. Net zolang tot zijn interesse is uitgeput. Dan kiest hij een nieuw schilde- rij om bij te verblijven. Velazquez. Manet. Een nieuwe wake. Soms duurt zo’n relatie met een schilderij wel een jaar. Wat een ontroerend idee! Tegenwoor- dig worden allerlei eisen gesteld aan de kunstenaar. Hij moet voorzien in de vraag van het publiek. Dat dient op zijn wenken bediend te worden. In het persoonlijke ri- tueel van Matar is de relatie omgedraaid: het is juist de toeschouwer die zich en- gageert, die tijd en energie investeert in een duurzame verstandhouding met een kunstwerk. Dat vergeten we weleens, denk ik, dat het tonen van interesse noodzake- lijke voorwaarde is om een werk tot leven te roepen. Bovendien, de winst is groot. Bij Hisham Matar fungeert zo’n investering als antwoord op een eindeloos schrijnen- de leegte, het is net alsof hij op een raad- selachtige manier door het levende kunst- werk heen met zijn vader communiceert. Van kopstuk naar topstuk. Terwijl ik De terugkeer lees, ben ik ook be- zig met een stuk over de Vlaamse auteur Ivo Michiels (1923-2012). Een soort artis- tieke vader voor mij, mijn eigen kopstuk. Talloze malen interviewde ik hem voor de radio, van lieverlede ontstond een vriend- schap. Elke zomer zocht ik hem op in zijn dorpje in de Provence. Het was een ritueel bezoek. Zoals ik zijn boeken (allemaal top- stukken) las en herlas. Telkens weer. Door de tijd heen voerde ik zo een gesprek met Ivo, verdiepte zich het begrip. Die ver- standhouding heeft mij gevormd. Nu heb ik geluisterd naar het allereerste interview dat ik met hem hield, janua- ri 1989. Wat ben ik gezegend dat al dat materiaal er nog is. Ik hoor hem met zijn karakteristieke Vlaamse tongval vertellen over de cyclus van afscheid nemen en opnieuw beginnen, over zijn aantrekkings- kracht tot zowel het Kaukasische zwaard als de Perzische rank; en ik hoor hem opnieuw Toynbee citeren: Een nomade is iemand die niet beweegt. Dat zinnetje draag ik sindsdien met mij mee. Er ligt een geheim in besloten dat ik toen nog niet begreep denk ik. Het is een beeld om bij te vertoeven, om telkens naar terug te ke- ren. Sommige inzichten moeten langzaam rijpen. Daar heb je kopstukken voor nodig. Een nomade is iemand die niet beweegt. Verbluffende ambiguïteit. Beweging en roerloosheid, dat wil zeggen leven en dood ineen. Een beeld dus voor de fundamente- le, onoplosbare dubbelzinnigheid van het bestaan. In het geval van Hisham Matar en zijn vader – aanwezig afwezig – schrijnend als een open wond. Voor mij is het de kern van het leven. En de muziek is daarvan de ultieme uitdrukkingsvorm. Zoals in Schu- berts late pianosonate D 960. Dat is muziek die stilstaat, en toch niet. Integendeel. Muziek is een nomade die niet beweegt COLUMN Lex Bohlmeijer Lex Bohlmeijer (1959) studeerde Literatuurwetenschap en Dramaturgie in Leiden. Hij werkt sinds 1988 voor de radio als documen- tairemaker en presentator. Hij presenteerde tien jaar lang het succesvolle programma Casa Luna (NCRV). Daarnaast schrijft hij teksten voor ­ theater en is hij dramaturg.