26 tekst Fokke Beekman donateur Het is een zeer moeilijke opgave om muziekinstrumenten met elkaar te vergelijken en te beoordelen, wanneer je de instrumenten niet kunt betasten, bekijken of bespelen. Een dergelijk criterium geldt ook voor een strijkstok. Wanneer ik op afstand een keuze moet maken, dan kies ik voor de François Louis Pique-viool uit 1797. De redenen voor deze keuze zijn zowel een artistieke als een gevoelsmatige. Deze viool is jarenlang in het bezit geweest van (indertijd) onze nationale trots op vioolgebied: violist Theo Olof. Een nostalgisch gevoel bekruipt mij wanneer ik terugdenk aan het door Theo prachtig gespeelde Vioolconcert in g van Bruch te Amsterdam op ons beider verjaardag de 5e mei, waarbij wij elkaar feliciteerden en ik als begeleidend violist mijn bewondering uitte voor zijn prachtige spel en de geweldige klank die zo mooi tot uiting kwam op de Pique-viool. Theo Olof was een doorzetter die bij professor Oskar Back in goede handen was. De hoeveelheid studiemateriaal die per week werd opgelegd, kon Theo kennelijk verwerken, maar andere leerlingen met een gewone aanleg voor het instrument, zoals ik, haakten vrij snel af. Theo Olof was een prachtige violist, een aimabele persoonlijkheid en een goed redenaar. Als remplacerend violist in het Concertgebouworkest heb ik ook nog enige malen de lessenaar gedeeld met Theo’s vrouw, die eveneens een zeer beminnelijk persoon was. Theo heeft een lange zoektocht gehad naar een goede, hem passende viool. Vele jaren heeft hij mooie instrumenten van beroemde Italiaanse bouwers geleend, veelal afkomstig via vioolbouwer Max Möller. Dat Möller zijn best gedaan heeft om een prachtige viool als de Pique voor Theo te bemachtigen, verwondert mij niet, aangezien Möller zich zeer inzette om talentvolle musici in artistiek opzicht te begeleiden. Theo wist welke klank bij hem paste en daar heeft Möller intens rekening mee gehouden. Bij de vele nachtelijke gesprekken die Max Möller en ik voerden in het Majella Ziekenhuis te Bussum is mij duidelijk geworden dat vioolbouw en verkoop een zeer boeiend, maar tevens verantwoordelijk beroep is met een voortdurende belangenafweging. Tot 1944 speelde ik op een prachtige Willem van der Sijde-viool, die in de Hongerwinter helaas verkocht moest worden, samen met een Sartory-strijkstok. Mijn strijkstokken van Karel van der Meer en Max Möller sr. wist ik te behouden. Theo Olof was als negenjarige de jongste leerling van ‘meneer Back’ (Amsterdam, 1933). 5 T O P S T U K K E N 5 Theo Olof was een doorzetter © Particuliere collectie