24 tekst Digna Schade van Westrum vrijwillliger Dat de instrumenten van de NMF-collectie digitaal te bekijken zijn, wist ik. Bij ieder concert, bij alles wat ik hoor of lees over een musicus, kijk ik altijd of het een ‘bruiklener’ betreft, tenzij het over iemand gaat die ik al ken. Ik kijk dan ook altijd naar de afbeeldingen van en informatie over het instrument, maar een ‘beroeps’ haalt er denk ik meer en andere dingen uit dan een leek als ik. De vraag wat voor mij het ‘topstuk’ van de collectie is, kan ik alleen beantwoorden door een aantal zaken erbij te betrekken. Wat maakt iets tot een bijzonder instrument? Het moet uiteraard goed gebouwd zijn met goede materialen en een prachtige klank hebben. Maar het instrument moet wel passen bij de musicus en omgekeerd. Om een concreet voorbeeld te noemen: de Pietro Guarneri ‘ex-Reine Elisabeth’ van Frederieke Saeijs vind ik heel mooi om te zien en heeft een prachtige klank, maar Frederieke speelt er ook heel mooi op. Ze passen heel goed bij elkaar. Je zou het ‘symbiose’ kunnen noemen. Een ander voorbeeld: de cello van Quirine Viersen, van Giuseppe Guarneri ‘Filius Andreae’ (ex-Navarra), ziet er voor mijn lekenogen met die knoesten tamelijk weerbarstig uit. Onlangs had ik het genoegen in de Sint Aegtenkapel in Amersfoort Quirine solo te horen. Wat was dat onbeschrijflijk mooi. Zij speelt prachtig, kan het instrument aan; muziek en instrument straalden onder haar handen. Wiltutocheennummeréénhebben,dankiesikvoordecombinatie Pietro Guarneri en Frederieke Saeijs, waarbij ik de kanttekening maak dat mijn keuze gemaakt wordt vanuit de ervaring en het regelmatig luisteren naar deze mooie combinatie gedurende een flink aantal jaren. En zo zal iemand anders op grond van zijn of haar ervaring een andere keuze maken. Het bijzondere van het NMF is dat instrument en bespeler op elkaar afgestemd kunnen worden: en dat is reden voor veel dankbaarheid! Frederieke bespeelt sinds 2008 de “ex-Reine Elisabeth”-viool. 5 T O P S T U K K E N 4 Noem het symbiose © Wiglius de Bie