22 tekst Theo Laceulle vrijwilliger In de Hongerwinter 1944-‘45 werden op en in de buurt van het Koningsplein in Den Haag twee jongetjes geboren: mijn oudste broer Lucas Laceulle en Julius Röntgen. De ouders ontmoetten elkaar en raakten bevriend: mijn ouders en de cellist Edvard Röntgen en zijn vrouw Freda. Zij werden onze noem-oom en -tante. Oom Edvard was cellist in het Residentieorkest. Als plaats­ vervangend solocellist zat hij altijd vooraan aan de tweede lessenaar, en mijn vader, die een groot muziekliefhebber was, nam ons mee naar concerten in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen en in de Scheveningse Kurzaal. In de pauze spraken wij dan altijd met elkaar en ik vond het natuurlijk prachtig om met iemand in rokkostuum te mogen praten. Oom Edvard was altijd de vriendelijkheid zelve; hij was een zachtmoedig man, en daarbij een groot muziekliefhebber, -kenner én -genieter, en praatte daar graag over, ook met een klein jongetje als ik. Bij zijn afscheidsconcert speelde het orkest een stuk dat hij nog nooit gespeeld had en daar sprak hij zo enthousiast over! Ook herinner ik mij zijn verhalen over hoe het was om (in 1937-‘38) onder leiding van Arturo Toscanini te spelen. Toen ik een jaar of tien was mocht ik eens ten huize van de Röntgens aanwezig zijn bij een repetitie van het Röntgentrio – oom Edvard met zijn broers Joachim en Johannes. Dat was een bijzondere ervaring. Daar begon ook mijn handtekeningenverzameling, die ik als jongen aanlegde. Oom Edvard heeft zelfs aan enkele beroemde musici speciaal voor mij om een handtekening gevraagd, onder anderen aan vader en zoon Oistrakh en aan Renata Tebaldi! Het was erg jammer dat oom Edvard al zo kort na zijn pensionering overleed. Ik heb hem altijd in zeer dierbare herinnering gehouden. Aan het begin van de jaren negentig hebben Edvards weduwe en zijn zoon Julius het grootste deel van zijn collectie instrumenten in langdurige bruikleen gegeven aan het NMF. Zij hechtten er zeer aan dat de collectie Röntgen bij elkaar blijft in Nederland en dat jonge musici de gelegenheid krijgen op deze instrumenten te spelen. De prachtige cello van Gennaro Gagliano (Napels 1734) wordt sinds 2001 bespeeld door Michael Müller, en daarvoor door Cecilia van Hoof, die in het Residentieorkest dezelfde plaats innam als oom Edvard. Hij had die geërfd van zijn halfbroer Engelbert (onder andere solocellist van het orkest van de Metropolitan Opera en lid van het Woodstock String Quartet). De collectie bestaat verder uit een prachtige cello van Wilhelm Paul Kunze (Den Haag 1927), die momenteel wordt bespeeld door Dionne Nijsten. Hierop heeft Edvard het grootste deel van zijn leven gespeeld. Daarnaast een cello, toegeschreven aan Josef Kloz (Mittenwald 1795), die in huize Röntgen werd bespeeld door tante Fré (en nu door Joaquin de la Cruz Tortosa), en vijf strijkstokken, van onder meer Hill & Sons, Fétique en Léon Bernardel. Het is geweldig dat het NMF de instrumenten uit deze topcollectie zo’n mooie bestemming kan geven! 5 T O P S T U K K E N Het Röntgen-Trio op de eerste bladzijde van Theo’s handtekeningen- boekje. 3 Eerbetoon aan oom Edvard