Death duties Als u weleens met de auto door Engeland rijdt, heeft u misschien een keer die witte bordjes gezien met het logo van de National Trust daarop. De National Trust is de organisatie die in Engeland waardevolle huizen, kastelen en landgoederen beschermt, maar ook tuinen, parken en natuurgebieden beheert. Het is een beetje Natuurmonumenten en Vereniging Hendrick de Keyser in één, zeg maar. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog maakte de Trust een behoorlijke groei door. Dit kwam met name door de aanwas van grote landgoederen die de Trust geschonken kreeg. Hoge zogenaamde death duties (een soort successierechten), gecombineerd met teruglopende inkomsten uit het beheer van landgoederen en de stijgende kosten van onderhoud van deze vaak gigantische terreinen en gebouwen, maakten het particulier beheer van deze landgoederen in toenemende mate onmogelijk. De National Trust was in eerste instantie maar wat blij met dit belangrijke culturele erfgoed. Dat duurde echter maar even. Want de lage inkomsten en hoge kosten kwamen na schenking uiteraard voor rekening van de Trust. Al spoedig bleek dit een niet te dragen last en het duurde dus ook niet lang voor deze schenkingen geweigerd werden. Tenzij de schenkers met een bruidsschat aankwamen, waaruit restauratie en onderhoud betaald kon worden. Prijskaartje Wat heeft dit met het NMF te maken, zo zult u zeggen? Wel, heel veel. Want het NMF dreigt een beetje in dezelfde situatie te geraken als de National Trust een halve eeuw geleden. Het NMF krijgt de laatste tijd behoorlijk wat vleugels geschonken. In 2016 waren dat er maar liefst vijf, waaronder drie Steinways. Inmiddels bevinden zich rond de 50 topvleugels in onze collectie. Natuurlijk zijn we daar erg blij mee. Maar net zoals er vaak een rekening bij de landgoederen werd meegeleverd in de vorm van achterstallig onderhoud, zo hangt er aan bijna elke geschonken vleugel een prijskaartje voor restauratie. In tegenstelling Een bruidsschat voor een vleugel tekst Marcel Schopman 10 © Alamy