In de tweede helft van de vorige eeuw vond in de klassieke muziek de authentieke revolutie plaats. Muziek uit de renaissance en barok mocht opeens niet ‘zomaar’ meer gespeeld worden, maar diende vertolkt te worden zoals de componist het oorspronkelijk bedoeld had en op instrumenten uit die tijd. In Nederland werd deze authentieke stroming aangevoerd door musici als Gustav Leonhardt, Frans Brüggen, en Ton Koopman. In de Duitstalige gebieden waren mensen als Nikolaus Harnoncourt en Reinhard Goebel de leiders van deze beweging. Reinhard Goebel is mijn barokke kopstuk. Hij was behalve leider van zijn ensemble Musica Antiqua Köln, met wie hij vele baanbrekende opnames maakte, ook een fenomenaal violist. Het BBC Music Magazine zette hem in 2015 zelfs op de lijst van 20 beste violisten aller tijden. Deze kwaliteiten, als leider en violist, zijn al genoeg om een diepe bewondering voor hem te hebben. Maar wat hem nog extra bijzonder maakt, is het feit dat Goebel op een unieke wijze na een handblessure terugkwam als violist. Rond 1990 maakte focale dystonie (een neurologische aandoening) hem het vioolspelen onmogelijk. In plaats van bij de pakken neer te zitten, leerde hij zich aan om in plaats van links, rechts viool te spelen. Hij meldde zich, als internationaal gevierd solist, opnieuw op het conservatorium en studeerde voor de tweede keer af als violist, maar nu ‘omgekeerd’. Op zijn eindexamen scoorde hij ‘andersom’ een 10! Inmiddels heeft Goebel de viool definitief neergelegd en dirigeert hij alleen nog maar. En bepaald niet de minste orkesten. Maar wat hij op vioolgebied gepresteerd heeft, maakt dat ik hem tot de allergrootste kopstukken in de muziek reken. Van links naar rechts Eén van de vroege opnames (rond 1980) van Musica Antiqua Köln o.l.v. Reinhard Goebel (3e van links). Oud-NMF-musicus Jaap ter Linden (2e van links) speelde ook mee. Baarden waren in die tijd ook al in! 9 KOPSTUK VAN NMF-MEDEWERKER MARCEL SCHOPMAN