Mijn NMF

loginForm
 

Mattias Spee

afbeelding van Mattias Spee

Wie ben ik?

Ik ben Mattias Spee (geb. 1997), pianist in opleiding. Ik kreeg mijn eerste pianoles toen ik 7 was bij Maaike Eijkman en in 2008 werd ik toegelaten tot de Talentklas Muziek Almere, waar mijn toenmalige docent al werkzaam was. Sinds 2012 studeer ik bij pianist David Kuyken aan het Jong KC (d.w.z. de jong talentklas van het Koninklijk Conservatorium).

Ik kreeg naast mijn regulire pianolessen ook lessen en masterclasses van o.a. Håkon Austbø, Ruth Nye, Frank van de Laar, Marjes Benoist en Nino Gvetadze. Masterclasses in kamermuziekverband volgde ik bij o.a. Maarten Mostert (Amsterdams Sinfonietta), Ellen Corver (Osiris Trio), Peter Brunt (idem), Cibran Sierra (Cuarteto Quiroga) en Helena Poggio (idem).

Ik heb verscheidene prijzen gewonnen bij o.a. het Prinses Christina Concours, het SJMN Concours en de Rotterdamse Pianodriedaagse. Op 6 april a.s. zal ik kandideren in de finale van het Steinway Pianoconcours in het Concertgebouw.

In 2013 heb ik van het NMF een Bechstein-vleugel, gebouwd in 1911, in bruikleen gekregen. Hiervoor had ik een rechtopstaande piano in de huiskamer staan, maar op een gegeven moment voldeed dit instrument niet meer aan mijn eisen en wensen met betrekking tot mijn muzikale studie: een vleugel zou dat wel doen.

Van niet-pianisten heb ik vaak de vraag gekregen wat het wezenlijke verschil tussen en rechtopstaande piano en een vleugel is. De uiterlijke overeenkomsten zijn groot, behalve dat bij een 'kleine' piano de snaren verticaal en bij een vleugel horizontaal gespannen zijn, en ze maken nagenoeg hetzelfde geluid.

Maar er is wel degelijk een verschil tussen beide typen instrument. Doordat bij een vleugel de hamerkop van boven naar beneden beweegt bij het aanslaan van een toets, is de aanslag van een vleugel duidelijk anders dan die van een rechtopstaande piano, waarbij de hamerkop van achter naar voor beweegt. Ook heeft een vleugel langere en dus dunnere snaren die zorgen voor een andere aanslag en een grotere variëteit in mogelijke klanken en kleuren. En doordat bij een vleugel de snaren dunner zijn, de klankbodem meer oppervlakte heeft en de pedalen anders werken, kan op een vleugel worden geëxperimenteerd en gespeeld met resonantie en boventonen.

Een vleugel is wel degelijk anders dan een piano. Bij het gros van de concerten die een pianist geeft, wordt er gespeeld op een vleugel en het is dus belangrijk dat hij kan oefenen met een vleugel om ervarig op te doen en gevoel voor het beheersen van aanslag en klank te ontwikkelen. Hoe beter een pianist zijn instrument kent, hoe uitebreider zijn 'palet' is bij het maken van een 'muzikaal schilderij'.

Om bovenstaande redenen en door het bereiken van een bepaald punt in mijn muzikale ontdekkingstocht, voelde ik op een gegeven moment dat ik toe was aan het in huis hebben van een vleugel. Het NMF heeft mij toen een instrument van vleugelfabrikant C. Bechstein met het serienummer A.102.214 in bruikleen gegeven. Deze vleugel was, voor hij bezit werd van het NMF, eigendom van de beroemde dirigent Anton Kersjes.

De vleugel is 1,84 meter lang en is dus niet erg groot, maar omdat ik de vleugel voornamelijk gebruik voor pianostudie (in mijn huiskamer), zijn deze afmetingen ideaal.

Met mijn NMF-instrument treed ik niet op, zoals andere NMF-musici doen. Toch helpt mijn NMF-instrument mij bij mijn pianostudie en de uitwerking die het instrument op mijn spel heeft, is dus weldegelijk hoorbaar bij mijn optredens.