Mijn NMF

loginForm
 

Informatie

Een Basse de Violon, gebouwd door Egidius Snoeck in Brussel, ca. 1715. Model van Gaspar Borbon.

Details

  • Bouwplaats:Brussel
  • Bouwjaar:± 1715
  • Lengte corpus:80,7
  • Breedte boven:44,9
  • Breedte midden:23,2
  • Breedte onder:42,5
  • Lengte mensuur:43
  • Afstand ogen f-gaten:8,9

Bouwer

Egidius Snoeck

Over de familielijn van Snoeck is niet erg veel bekend. Er zijn in het begin van de 17e eeuw meerdere Snoeck’s in de Brusselse archieven teruggevonden, maar wegens het ontbreken van een geboortecertificaat kan geen genealogie worden opgesteld. Wel is bekend dat Snoeck in 1688 trouwde en dat vioolbouwer Gaspard Borbon daarbij als getuige optrad. Snoeck was in zijn tijd bekender vanwege zijn activiteiten als musicus en dirigent in het ‘Theatre de la Court’ dan als vioolbouwer. Ook bleek hij als componist werkzaam, getuige zijn compositie voor een ballet dat in 1703 werd uitgevoerd. Vanaf 1710 lijkt hij niet meer actief op het podium. Over zijn werkzaamheden als vioolbouwer bestaat minder duidelijkheid. Afgaande op de etiketten kan men ervan uitgaan dat Snoeck pas vanaf ± 1714 volop als vioolbouwer werkzaam was en dat hij dat bleef tot minstens 1730. Gezien het feit dat zijn instrumenten duidelijke kenmerken vertonen van Gaspard Borbon, mag men aannemen dat hij het vak bij die bouwer leerde.
meer informatie over de bouwer en diens instrumenten.

Historie

Dankzij genereuze donaties van Stichting Zabawas en het Prins Bernhard Cultuur Fonds kon het NMF in 2012 deze bijzondere basse de violon aankopen, met als specifiek doel om hem beschikbaar te maken voor gebruik op project-basis. Het instrument is vooral uniek vanwege het feit dat het zijn oorspronkelijke achterbladlengte van 80,7 cm heeft behouden. De meeste basse de violons zijn al in de 18e eeuw kleiner gemaakt omdat het daarmee fysiek mogelijk werd om het ‘nieuwe repertoire’ te kunnen spelen.

Zowel studenten als professionele musici kunnen in aanmerking komen voor de tijdelijke bruikleen. Meer informatie hierover kan worden verkregen bij Geertje van der Linden via 020-6221255 of .

Wat vinden de musici van dit instrument?
Celliste Anita Gluyas heeft het instrument al enkele keren gebruikt en zegt er het volgende over: “The Basse du Violon is one of the most wonderful insturments that I have had the fortune to play on. It is such a privelige and joy to have the chance to work with an instrument that has the potential for such beautiful tone colours, I feel like my imagination is the only limit! My colleagues found the sound of the instrument so beautiful that I have been booked for further work with the insturment.”

De Basse de Violon was het grootse instrument uit de violenfamilie en genoot populariteit in de 16e en 17e eeuw. In het beroemde orkest ‘Les 24 violons du Roi’ bevonden zich 6 van deze instrumenten, waarschijnlijk gebouwd door Andrea Amati in opdracht van Karel IX van Frankrijk. Lully dirigeerde in de 17e eeuw dit orkest, dat toen toebehoorde aan Lodewijk XIV, en vooral werd ingezet voor het ballet en dansen aan het hof. De Basse de Violon was wegens het grote formaat vooral geschikt om baslijnen te spelen en vormde in die tijd een belangrijke basis binnen de kamermuziek, later overgenomen door de contrabas. Het einde van de Basse de Violon werd ingeluid door het uitvinden van de omwonden snaren in 1680. Door darmsnaren te omwinden (met bijvoorbeeld koperdraad), kon met veel kortere snaren lage tonen worden geproduceerd. Dit was een welkome ontwikkeling, want de Basse de Violon had, zeker voor de kleine mensen uit die tijd, ook zijn beperkingen. Het formaat werd teruggebracht naar wat vandaag de dag de cello is. Al snel ontwikkelde de muziek zich ook zodanig, dat die niet meer kon worden uitgevoerd op het grotere model. Dat betekende het einde van de Basse de Violon. Vandaag de dag kunnen er dus alleen nog exemplaren worden gevonden in musea…… dachten wij! Met de vondst van deze basse de violon heeft het NMF een uniek historisch instrument aan de collectie kunnen toevoegen.