Mijn NMF

loginForm
 

Informatie

Een viool, gebouwd door Willem van der Sijde in Amsterdam 1691.

Details

  • Bouwplaats:Amsterdam
  • Bouwjaar:1691
  • Lengte corpus:35,2
  • Breedte boven:16,35
  • Breedte midden:10,7
  • Breedte onder:20,25
  • Lengte mensuur:19,5
  • Afstand ogen f-gaten:3,5

Bouwer

Willem van der Sijde (Syde)

Als we het over de oudhollandse Meesters hebben, bedoelen we natuurlijk schilders als Rembrandt en Vermeer, uit het Nederland van de Gouden Eeuw. En als we het over de Haagse School hebben, denken we aan impressionisten als Jozef Israëls en Johannes Bosboom, die rond 1850 actief waren. Maar bij het NMF denken we bij de Haagse School eerder aan de vader en zonen Cuypers, die tussen 1750 en 1848 in de hofstad een productief vioolbouwatelier runden. En bij de Amsterdamse Meesters gaan onze gedachten naar tijdgenoten van Rembrandt, zoals Hendrick Jacobs, Cornelis Kleynman en zelfs een Verbeek, maar dat is dan Gijsbert Verbeek, de ‘fiolemaker’. Een beetje beroepsdeformatie die u ons vast zult vergeven! Maar u zult het ook met ons eens zijn dat het een bijzondere gedachte is dat Rembrandt in Amsterdam regelmatig een vioolbouwer tegen het lijf moet zijn gelopen. Misschien heeft hij zijn hoed wel afgenomen voor mevrouw Van der Sijde, toen zij in 1664 met baby Willem Cornelis in de kinderwagen een ommetje maakte door het bruisende centrum van Amsterdam. Willem Cornelis werd vioolbouwer. Nu wordt hij omschreven als één van de belangrijkste uit de oudhollandse school. Vermoedelijk hebben slechts zo’n 10 van zijn instrumenten het overleefd. Juist daarom is het zo bijzonder dat het NMF de Van der Sijde-viool in de collectie heeft die door het Koninklijk Huis aan ons in bruikleen is gegeven. Ooit bespeelde de jonge prinses Juliana die viool. Door het besluit van het Koninklijk Huis om de viool aan het NMF in bruikleen te geven, kan het NMF dit unieke stukje cultureel erfgoed beschikbaar stellen aan barokviolisten van hoog niveau.
meer informatie over de bouwer en diens instrumenten.

Historie

Het NMF heeft deze zeer zeldzame viool sinds 2009 in bruikleen van het Koninklijk Huis. De viool maakte lange tijd onderdeel uit van de ‘collectie Oskar Back’, die in 2009 voor het grootste deel overging naar de NMF-collectie. De viool is in 1922, mogelijk als verjaardagsgeschenk, bij de firma Vedral in Den Haag aangekocht voor de nog jonge Prinses Juliana; zij heeft er in haar kindertijd op gespeeld. Het staartstuk van de viool werd in 1978 voorzien van een kroontje. Op advies van Theo Olof, Herman Krebbers en Jaap Schröder, en met goedkeuring vanuit het Koninklijk Huis, werd de viool toen ook teruggebracht naar de oorspronkelijke, barokke speelstaat. Het Oskar Backfonds reikte de viool telkens voor twee jaar uit als speciale prijs voor kamermuziek tijdens het Oskar Back Concours. In 1979 was Irene den Herder voor de duur van twee jaar de eerste bruiklener. Er volgden nog 11 andere spelers. In 1998 werd de viool tentoongesteld en bespeeld tijdens de expositie ‘Oranje en de muziek’ in het Paleis op de Dam. Sinds de opname in de NMF-collectie wordt de viool in langdurige bruikleen gegeven aan violisten die zich specialiseren in de authentieke barokuitvoering. Daphne Oltheten bespeelde deze unieke Van der Sijde van 2014-2017. Sindsdien is de Van der Sijde in handen van Elise van der Wel.

Bespeler