Mijn NMF

loginForm
 

Informatie

Een cello, gebouwd door Giovanni Battista Guadagnini in Milaan, ca. 1750, met vals etiket “Joannes Baptista Guadagnini. Cremonueusis fecit Taurini 1772 (GBG)”.

Details

  • Bouwplaats:Milaan
  • Bouwjaar:± 1750
  • Lengte corpus:71,8
  • Breedte boven:33,5
  • Breedte midden:24,3
  • Breedte onder:41,9
  • Lengte mensuur:39
  • Afstand ogen f-gaten:10,9

Bouwer

Giovanni Battista Guadagnini

De Guadagnini-familie neemt een belangrijke plaats in binnen de geschiedenis van de vioolbouw. Gedurende 200 jaar hebben verschillende generaties uit deze familie het vak beoefend in diverse steden van de Po-vallei. Het is logisch dat over zo’n lange tijdspanne sprake is van uiteenlopende kwaliteit en benadering. Van Giovanni Battista kan zonder enige twijfel worden gezegd dat hij de beste bouwer is geweest uit de familie. De eerste instrumenten die van zijn hand bekend zijn, bouwde hij in Piacenza in 1740, op 30-jarige leeftijd. Onderzoek zal nog moeten uitwijzen waar hij het vak leerde en waar hij tot aan zijn 30ste werkte. Gezien de hoge kwaliteit van zijn eerste instrumenten, kan worden aangenomen dat hij ook vóór 1740 al jaren werkzaam was als vioolbouwer. Lorenzo Guadagnini, vader van Giovanni Battista, was rond 1740 ook actief als vioolbouwer in Piacenza. Er zijn echter zeer weinig instrumenten van zijn hand bekend en in ieder geval zijn er onvoldoende aanwijzingen om met zekerheid te kunnen zeggen dat zijn zoon bij hem in dienst was. Giovanni Battista was uitzonderlijk ‘mobiel’ binnen dit doorgaans plaatsgebonden vakgebied. Hij werkte achtereenvolgens in Piacenza, Milaan, Cremona, Parma en Turijn. Gedurende zijn gehele carrière hield Guadagnini vast aan een sterk persoonlijke stijl en waren zijn basistechnieken consequent. Zowel de artistieke vrijheid die Giovanni Battista in Milaan bezigde, als de specifieke klankkwaliteit van de instrumenten uit de Milaan-periode maken dat die vandaag de dag het hoogst worden gewaardeerd. Ook het hout en de lak van de Milanese instrumenten zijn van de hoogste kwaliteit. In 1770 vestigde hij zich in Turijn. Daar ontmoette hij graaf Cozio di Salabue, een verwoed kenner en verzamelaar van strijkinstrumenten en er ontstond een vriendschap en zakelijke samenwerking met de graaf. Cozio kocht op zeker moment de overblijfselen uit het atelier van Stradivarius, waarin zich zowel instrumenten als gereedschappen bevonden. Dit inspireerde Guadagnini waarschijnlijk om bepaalde aspecten van Stradivarius’ werkstijl over te nemen in de bouw van zijn eigen instrumenten. Turijn bleef Guadagnini’s werkplaats tot aan zijn dood in 1786.
meer informatie over de bouwer en diens instrumenten.

Historie

De Guadagnini-cello is afkomstig uit de beroemde ‘collectie Max Rodriguez’, bestaande uit een viertal Italiaanse meesterinstrumenten en zestien waardevolle strijkstokken. In 1992 werd de Rodriguez-collectie aan het NMF in bruikleen gegeven. In 1997 besloot de eigenaar om vrijwel alle instrumenten aan onze stichting te schenken, op deze cello en een paar strijkstokken na. De Guadagnini werd in 1993 door het NMF aangekocht. Sinds die tijd is de cello door de handen gegaan van verschillende topcellisten in Nederland, zoals Dmitri Ferschtman, Johan van Iersel, Joris van den Berg, Jaap ter Linden en nu Viola de Hoog. Bij de verkoop aan het NMF werd de voorwaarde gesteld dat de cello altijd bespannen zou worden met uitsluitend darmsnaren. Niet iedere cellist kan met deze voorwaarde uit de voeten, maar degenen die dat wel kunnen, prijzen de cello om zijn unieke kwaliteiten, die mede te danken zijn aan de bijzondere mogelijkheden van juist die darmsnaren.

Bespeler