Mijn NMF

loginForm
 

Informatie

Een viool, gebouwd door Joseph & Antonio Gagliano, Napels ca.1780.

Details

  • Bouwplaats:Napels
  • Bouwjaar:18e eeuw
  • Lengte corpus:35,05
  • Breedte boven:16,05
  • Breedte midden:11,2
  • Breedte onder:19,6
  • Lengte mensuur:19,3
  • Afstand ogen f-gaten:3,35

Bouwer

Joseph & Antonio Gagliano

Antonio en Joseph (Giuseppe) zijn beiden telgen uit de zeer grote Napolitaanse vioolbouwfamilie Gagliano en zijn werkzaam tussen ongeveer 1770 en 1810. Verschillende generaties uit deze familie legden zich toe op het vak van vioolbouw, met als nestor Alessandro Gagliano, die werkzaam was op de ateliers van de Cremonese bouwers Amati en Stradivari. Ze zijn kleinzonen van Alessandro en zonenvan Nicola. Ze leerden het vak van hun vader, wiens hand men duidelijk terugziet in het werk van met name Joseph. Joseph is zonder twijfel de beste bouwer van de twee. Hij werkte een tijd lang samen met Antonio, maar de betere instrumenten zijn toch zijn eigen exemplaren. In de periode van samenwerking werden instrumenten voorzien van een etiket “Joseph et Antonius Gagliani filii nicolaj”. Het NMF bezit één viool met het etiket van beide broers.
meer informatie over de bouwer en diens instrumenten.

Historie

De viool die de broers Joseph en Antonio Gagliano rond 1780 samen bouwden werd in 1937 door de violist Piet Heuwekemeijer gekocht bij Max Möller I in Amsterdam voor 1.500 gulden. Piet was toen lid van het Concertgebouworkest dat in die tijd onder leiding stond van Willem Mengelberg. Veel later zou Piet overigens directeur van datzelfde orkest worden. Twintig jaar later adviseerde Eduard van Beinum, de opvolger van Mengelberg, Piet om een grotere viool te kopen. Zo geschiedde. In de tussentijd was Piet overigens al eens met fiets en al bovenop de viool gevallen, die weliswaar in een kist zat, maar niet in een heel stevige. Met als resultaat een aantal scheuren in de lengterichting van het bovenblad bij de E-snaar, die door Max Möller uiterst vakkundig werden gerepareerd. Ondanks dit ongeval en de waardevermindering die dat tot gevolg had, kon Piet de viool aan zijn nicht, Beppie van Driel-Loyer, verkopen voor 4.000 gulden. Zij was toen eerste violiste in het Radio Filharmonisch Orkest. Beppie zou de viool tot enkele weken voor haar dood, begin 2004 blijven bespelen. Het was haar wens dat de viool terecht zou komen in de collectie van het NMF.

Beppie Van Driel-Loyer had weliswaar haar wens tot schenking aan haar familie kenbaar gemaakt, maar dat niet officieel laten vastleggen. De consequentie daarvan was dat alle erfgenamen zich alsnog akkoord moesten verklaren met de schenking van deze kostbare viool. Dat bleek geen probleem te zijn. “Tante Beppie vond dat de viool naar het Fonds moet, dus daar gaan we voor zorgen,” zo verklaarde één van de erfgenamen. Hij bleek gelijk te hebben. Op een zonnige zondagmiddag eind 2004 verzamelden zich enige tientallen familieleden van Beppie en Piet in een zaaltje in Hilversum om de overdracht van de viool feestelijk te bekrachtigen. De oud-directeur van het Concertgebouworkest sprak en Tjeerd Top, toen net aangenomen als plaatsvervangend concertmeester van datzelfde orkest, speelde enige stukken op het instrument. Het portret van Beppie stond tijdens de hele ceremonie op het podium. Toen de laatste noot weerklonken had, stond het publiek als één man op om te klappen. Voor Tjeerd natuurlijk, maar vooral voor Beppie, om haar te bedanken voor de bijzondere schenking van de bijzondere viool.

De viool is achtereenvolgens in bruikleen gegeven aan Eefje Habraken, Sidonie Riha en Jan Koomen. Sinds 2009 wordt de viool bespeeld door Pamela Kubik.

Bespeler