Mijn NMF

loginForm
 

Informatie

Een vioolstrijkstok, gebouw door Joseph Arthur Vigneron, Parijs ca. 1895. Ronde stang, ebben slof en zilvermontuur.

Details

  • Bouwplaats:Parijs
  • Bouwjaar:± 1895
  • Lengte corpus:72,8

Bouwer

Joseph Arthur Vigneron

Loopbaan

Door de veel te vroege dood van Pierre Dominique Vigneron zou zijn zoon Joseph Arthur hem niet, zoals gebruikelijk was in die tijd, als bakker opvolgen, maar zou hij in de voetsporen van zijn stiefvader treden en een gerenommeerde strijkstokkenmaker worden.

Joseph Arthur werd in 1851 geboren als zoon van Pierre Dominique Vigneron en zijn vrouw Jeanne Louise Collin. Beiden waren geboren en getogen in Mirecourt, een vioolbouwers stadje in noord Frankrijk. Een jaar na de geboorte van Joseph Arthur stierf zijn vader. Jeanne-Louise voedde haar zoon en twee dochters de eerste vijf jaren na zijn dood alleen op. Pas in 1857 trouwde ze opnieuw. Haar tweede man, en dus de stiefvader van Joseph Arthur, was de strijkstokkenmaker Claude Charles Nicolas Husson. Husson ontfermde zich over Joseph Arthur en er ontstond al snel een goede band tussen kind en stiefvader.

Over de opleiding van Husson is niets bekend. Gezien de voortreffelijke kwaliteit van zijn vroege werk, moet het haast wel zo zijn dat hij bij een van de beste strijkstokkenmakers uit de Peccatte-school in Mirecourt in de leer is geweest. Die kennis gaf hij door aan zijn stiefzoon Joseph die al heel jong bij hem ging werken. Joseph bleef tien jaar bij hem als strijkstokkenmaker tot Claude Husson in 1872 stierf.

Een jaar vóór de dood van zijn stiefvader trouwde Joseph Arthur met Marguerite Hector, familie van een van Frankrijks grootste viool- en strijkstokkenmakers, Jean Baptiste Vuillaume. Een huwelijk tussen twee families van viool- en of strijkstokkenmakers was in Mirecourt zeker niet ongebruikelijk. Het leidde bij hen alleen niet tot de verwachte familie-verbintenis, want Marguerite stierf drie jaar na hun huwelijk kinderloos. Een jaar later trouwde Joseph opnieuw en kreeg drie kinderen, waarvan zijn zoon André eveneens strijkstokkenmaker zou worden.

Na de dood van Claude Husson vond hij in 1872 werk bij Jean Joseph Martin. Die was net terug van zijn tijd bij Jean Baptiste Vuillaume, straatarm maar zeer bevlogen. De zeer vakbekwame Joseph was dan ook heel erg welkom in het jonge atelier van Jean Martin. Samen maakten ze eerst veel strijkstokken die geïnspireerd waren door Vuillaume, later ontwikkelden zij ieder hun eigen model. Na korte tijd zette Martin een coöperatie op om strijkstokken aan de man te brengen. Die leverde aan de grote firma’s als Mennesson en Thibouville-Lamy. De beste strijkstokken die daaraan verkocht werden, waren van de hand van Joseph Vigneron. Martin brandde die stokken met de naam ‘J. Guarini’. Tot kort voor de geboorte van André in 1881 bleef Joseph bij Martin werken. Door ongelukkige omstandigheden ging Martin failliet en moest Vigneron een nieuwe betrekking zoeken.

Zoals de meeste stijkstokkenmakers uit Mirecourt zocht hij die in Parijs. Daar ging hij in 1881 met zijn gezin naar toe. Al snel had hij een baan gevonden bij Eugène Gand en Gustave Bernardel. Bij hen werkte hij nog toen zij hun legendarische zaak ‘Gand & Bernardel’ oprichtten. Dat werd in korte tijd een van de belangrijkste ateliers in Parijs, niet alleen omdat het bekend stond om de bijna duizend goede instrumenten en strijkstokken die het voortbracht, maar zeker ook vanwege het grote aantal voortreffelijke viool- en strijkstokkenmakers dat er hun opleiding vond.

In 1888 begon Vigneron in Parijs voor zichzelf. Zijn zoon André kwam bij hem werken en zou dat tot aan de dood van Joseph Arthur blijven doen. De samenwerking met zijn zoon werd in de loop van de jaren hechter. Vanaf de laatste jaren voor de eeuwwisseling was die zodanig dat er tussen de strijkstokken van Joseph Arthur en André nauwelijks verschil te zien is. Joseph Arthur Vigneron stierf in 1905.


Werk en invloed

Aanvankelijk was er vrijwel geen verschil te zien tussen de strijkstokken van de leermeester Claude Husson en zijn leerling Joseph Vigneron. Het was de gewoonte in Mirecourt dat jonge bouwers hun eigen strijkstokken nog niet voorzagen van een eigen brandstempel. Herkenbare strijkstokken van Vigneron zonder brandstempel zijn dan ook vaak uit zijn vroegste periode. Experts menen dat tijdens zijn werkzaamheden bij Martin en Gand & Bernardel het model strijkstok dat hij maakte nog wat op dat van Bazin leek; rond en met een klokvormige kop. De periode die volgde was er een waarin de Parijse school van Vuillaume weer terug te vinden is in zijn werk.

.

Vigneron onderzocht samen met Lucien Capet, professor aan het Parijse Conservatorium, nieuwe streektechnieken voor de viool. De strijkstok die hij op basis van de nieuwe inzichten ontwikkelde gaf hij een driehoekige stang. Deze voorzag hij naast zijn eigen brandstempel van de opdruk ‘Modèle Lucien Capet’.

Joseph Arthur Vigneron was een strijkstokkenmaker met een trefzekere hand van werken; hij had de reputatie één strijkstok per dag te kunnen maken. Dat is mogelijk de verklaring waardoor hij in zijn betrekkelijk korte periode als zelfstandig strijkstokkenmaker toch zoveel strijkstokken kon vervaardigen.

Experts zijn over het algemeen van mening dat de stokken die hij in zijn laatste vijf jaren maakte wat raffinement missen. Het decoratieve element zoals schildpad en ivoor ontbreekt helemaal in zijn werk; de functionaliteit stond bij hem altijd voorop. Joseph Vigneron gebruikte twee brandstempels; A. Vigneron en A. Vigneron à Paris. Van de laatste stempel zou hij zijn meeste stokken voorzien.

Vigneron heeft talloze uitstekende stokken nagelaten. Hij was vermoedelijk de laatste Parijse strijkstokkenmaker die zijn strijkstokken nog maakte op basis van de traditionele technieken en de eerste die dat probeerde te combineren met nieuwe, door wetenschappelijke experimenten verkregen inzichten.

Na zijn dood in 1905, volgde André hem op en ontwikkelde een eigen model. Hij zou nog lang de brandstempel van zijn vader blijven gebruiken. Pas na 1910 stempelde hij zijn stokken met zijn eigen naam en voorzag iedere strijkstok van van een individueel nummer.

Naast zijn werk voor Bernardel en Gand heeft Joseph Arthur Vigneron ook strijkstokken gemaakt voor Nestor Audinot, Emile Boulangeot, Chanot & Chardon, Collin-Mézin en Paul Jombar.

Bij hem heeft gewerkt: Marie Louis Piernot van 1900-1905. Zijn invloed is terug te vinden in de driekantige stokken van diverse bouwers.

De strijkstok van Vigneron die het NMF in bezit heeft, is een prachtig voorbeeld van het werk dat hij maakte in de wat latere periode waarin hij strijkstokken aan het veeleisende huis Gand&Bernandel leverde. Dat waren erg goede strijkstokken, maar de beste stokken verkocht hij echter onder zijn eigen naam. De afgeronde achterkant van deze vioolslof komt voor bij Husson, Vigneron, Piernot, Poirson en sommige latere navolgers zoals Morizot.
Bronnen

Millant B., Raffin J.F., 2000, l`Archet: les archetiers Francais 1750-1950. Parijs

Tarisio.com, Cozio archive. Geraadpleegd 2019

Vatelot E.,1976, Les Archets Français, Nancy
Vannes R., 1999, Dictionnaire universel des luthiers, Spa

Henley W., 1969. Universal Dictionary of Violin & Bow Makers. Brighton; England.

meer informatie over de bouwer en diens instrumenten.

Historie

Deze vioolstrijkstok is door het NMF in 2003 aangekocht bij een Nederlandse handelaar na een selectie uit een breed aanbod van stokken. Het NMF wilde deze strijkstok aankopen ter vervanging van een Sartory-strijkstok die moest worden geretourneerd aan de eigenaar. De bespeler van die stok was daardoor gedupeerd en het NMF wilde een passende vervanging bieden. De stok werd eerst gebruikt door Ergys Koni en later door Tijmen Huisingh. Sinds 2012 is de stok in handen van Sjaan Oomen.

Bespeler