Mijn NMF

loginForm
 

Informatie

Een viool, gebouwd door Bernardus Calcanius in Genova (Italië) 1755 met een niet-originele krul.

Details

  • Bouwplaats:Genova
  • Bouwjaar:1755
  • Lengte corpus:35,8
  • Breedte boven:16,5
  • Breedte midden:10,6
  • Breedte onder:20,2
  • Lengte mensuur:19,3
  • Afstand ogen f-gaten:3,9

Bouwer

Bernardus Calcanius

Calcanius wordt gezien als de belangrijkste van de Genovese vioolbouwers. De kans is groot dat hij met het vak in aanraking kwam via Tiroolse bouwers als Martinus Heel, C. Rittig, and P. Erhard, die zich waarschijnlijk rond 1700 in Genova vestigden. Rond 1720 ging Calcanius een samenwerking aan met de bouwer Antonio Pazarini. De samenwerking duurde tot ongeveer 1744. Calcanius bouwde doorgaans naar een vrij rank model van Amati. Zijn lak is van hoge kwaliteit en varieert van goud-geel tot oranje-rood. Bron: Bromptons Refference Library Auteur: John Dilworth http://www.amati.com/articles.html
meer informatie over de bouwer en diens instrumenten.

Historie

Nederland kent een rijke traditie van amateurmuziek. Door heel Nederland zijn er mensen te vinden die wekelijks in kleine bezettingen bij elkaar komen om op hoog niveau samen muziek te maken. Het zijn vaak mensen die een gedegen muzikale opleiding hebben genoten en om uiteenlopende redenen toch een andere carrière kozen. Dat het samenspel in de huiskamers kan leiden tot zeer hechte relaties, blijkt wel uit het feit dat zo'n ensemble vaak pas uiteenvalt wanneer één van de leden te ziek wordt om te kunnen spelen, of overlijdt.

Jack Drop (1934 - 2000) was zo'n voorbeeld van een amateurmusicus op hoog niveau. Hij studeerde viool aan het Muzieklyceum in Amsterdam, waar hij lessen kreeg van de gerenommeerde vioolpedagoog Oskar Back. Tegelijkertijd deed hij de studie Klassieke Talen aan de Universiteit van Utrecht. Later ging hij nog in de leer bij topviolist André Gertler aan de Staatliche Hochschule für Musik in Keulen. Na zijn studie gaf hij vioolles aan de muziekschool van het Muzieklyceum en aan de muziekschool in Amersfoort, waar hij woonde.

Omdat hij onder geen beding een baan in een orkest wilde hebben, koos hij ervoor om als leraar klassieke talen te gaan werken. Dat deed hij gedurende 30 jaar. Hij bleef daarnaast zoveel mogelijk musiceren in allerlei kamermuziekbezettingen. Zijn werkelijke passie lag echter bij het strijkkwartet, een voorkeur die hij met meerdere vrienden en kennissen deelde. Bij optredens kreeg hij, met name voor de kamermuziek, zeer goede recensies.

Jack Drop kreeg de Calcanius-viool in 1952 van zijn ouders, die hem aankochten bij de firma Max Möller & Zn in Amsterdam. De vorige eigenaar was een Engelse dame uit Sussex. Er zat bij aankoop een certificaat bij de viool van de bekende firma William E.Hill in London, die hem omschrijft als een typisch werk van meester Calcagnus (Calcanius).

De weduwe van Jack Drop, mevrouw Joke Kolkman, speelt zelf zowel viool als piano, waarvoor ze ook op het Muzieklyceum in Amsterdam de opleiding had gevolgd. Uiteraard heeft zij ook zeer veel samengespeeld met wijlen haar echtgenoot , waardoor de Calcanius-viool een bijzondere emotionele waarde vertegenwoordigt.

In 2014 nam ze het besluit om de viool in bruikleen te geven aan het NMF, in de overtuiging dat er talentvolle musici zeer bij gebaat zullen zijn om de mooie Calcanius te kunnen bespelen.

Bespeler