Column van Frits
Een instrument van 260 jaar oud.
maandag 5 september 2011
Auteur: Frits Schutte
Als je een instrument vasthoudt dat 260 jaar geleden gebouwd werd, gaat er altijd wel even door je heen hoeveel handen dat instrument al hebben aangeraakt en vooral ook wélke handen. Daar zal ook Rosanne Philippens aan hebben gedacht toen ze kort geleden op ons kantoor in Amsterdam de Michelangelo Bergonzi-viool uit ± 1750 bij de hals pakte en uit de vioolkist tilde.
 Ze zal gedacht hebben aan Tjeerd Top (concertmeester van het Kon. Concertgebouw Orkest), die de viool de afgelopen 5 jaar bespeelde, of aan Elizabeth Perry (concertmeester van het Radio Kamer Orkest), die de eerste bespeler was nadat het NMF de viool aankocht. Maar Rosanne moet vooral hebben gedacht aan de handen van Herman Krebbers. Handen die nog jong, soepel en krachtig waren toen ze de viool eind 40-er jaren voor het eerst aanraakten in de zaak van Max Möller in Amsterdam. Handen die de viool tientallen jaren, telkens weer op een andere locatie, in een vreemde kleedkamer uit de kist haalden, het podium op droegen, en er vervolgens een grote zaal mee in vervoering konden brengen in China, Canada, Duitsland, of gewoon in Amsterdam in het Concertgebouw. De handen van Krebbers waren ouder en gerimpeld, maar nog steeds sterk en soepel toen hij Rosanne een aantal lessen gaf. Rosanne zag hoe zijn linkerhand op de Bergonzi feilloos de vingerzettingen voordeed die hij haar suggereerde voor het 3e deel van de sonate in A-groot van Brahms. Ook al had Rosanne de Bergonzi toen misschien al even kunnen aanraken, kon ze natuurlijk niet vermoeden dat zij, 10 jaar later, zelf die viool in haar handen zou houden. Ze legde hem op haar linker schouder, bracht haar strijkstok naar de snaren en als vanzelf klonk opnieuw die Brahms-sonate met de vingerzettingen van Herman Krebbers.
eerdere colums
dinsdag 5 juli 2011
De ontwikkeling van instrumenten
dinsdag 5 juli 2011
Afscheid



